
Oorsprong van de theorie
De oorsprong van de TCM-theorie is verloren gegaan in de prehistorie, vóór de uitvinding van het schrift. Het schriftelijke taalgebruik begon in China tijdens de Shang-dynastie in 1766 v.Chr. De medische geschriften uit die tijd gaan historisch meer dan tweeduizend jaar terug. Er wordt in de prehistorische periode verwezen naar oude werken, maar deze zijn nu als "legendarisch" verloren gegaan.
Oorsprong van meridianen en punten
Eén huidige theorie over hoe acupunctuurpunten werden ontdekt, kan worden teruggesleurd tot de Steentijd. Men denkt dat stenen messen en scherpe gereedschappen werden gebruikt om pijn en ziekte te verlichten. Vaak werden deze alleen gebruikt voor het openmaken van abcessen en primitieve chirurgie, maar men denkt dat patiënten mogelijk sensaties of veranderingen opmerkten in andere delen van het lichaam na behandeling met deze "naalden". Later werden deze naalden vervangen door bot of bamboe.
Andere interessante theorieën:
- Oorlogsmensen die in de strik geraakt waren door pijlen, merkten een geleiding van pijn naar andere gebieden van het lichaam op en een spontane remissie van pijn elders.
- Plekken op het lichaam werden gevoelig/gekleurd wanneer er ziekte aanwezig was.
- Constipatie was veelvoorkomend, te wijten aan de primitieve dieet uit de Steentijd. Mensen ontdekten dat bepaalde punten gevoelig waren bij constipatie en dat manipulatie ervan met druk of prikken verlichting bracht.
- Pijnverlichting werd gevonden wanneer warmte werd toegepast (na de ontdekking van vuur). Deze behandeling werd specifieker op bepaalde gebieden naarmate resultaten werden waargenomen.
- Mensen merkten energie op die zich in specifieke gebieden bewoog toen ze meditatie-technieken uitvoerden. Over eeuwen heen werden deze energiestromingen met grote zorgvuldigheid genoteerd, en het meridiaansysteem werd geleidelijk uitgewerkt.
Wat de exacte oorsprong ook mag zijn, acupunctuur is niet exclusief voor China. Echter, alleen in het Oosten was het zo hoog ontwikkeld. Dit gebeurde door waarnemingen van oude Chinezen over honderden en zelfs duizenden jaren. Het werd opgemerkt dat:
- Een enkel punt kon veel verschillende symptomen beïnvloeden. Symptomen die in de buurt van het eigenlijke punt lagen en op afstand ervan, konden worden behandeld, inclusief pathologie van interne organen. Het was dus natuurlijk om aan te nemen dat punten met een gemeenschappelijke symptomatologie op de een of andere manier met elkaar verbonden waren. Met andere woorden, het therapeutische potentieel strekte zich over een aanzienlijke afstand in het lichaam uit. Dit werd bevestigd door de transmissie van naaldsensatie langs specifieke paden.
- Een therapeutische eigenschap kon worden bereikt door een aantal verschillende punten. Op basis van dit bewijs stelden zij de existentie van kanalen en de stroom van Qi langs deze kanalen vast. Naarmate de locatie en therapeutische kenmerken van de punten geleidelijk werden ontdekt, kregen ze namen.
Filosofische wortels
TCM is diep geworteld in de traditionele oosterse filosofie. De filosofie was niet eenduidig en ontstond ook niet slechts in één periode van de Chinese geschiedenis, maar werd door de eeuwen heen gebouwd, aangevuld en gewijzigd. Dit is zeer typerend voor de Chinezen, die een zeer pragmatisch volk zijn. Ze hebben geen probleem met het accepteren van een breed scala aan filosofieën in hun cultuur zonder conflicten daartussen te zien. Een voorbeeld hiervan zijn De Drie Leerstellingen: Taoïsme, Confucianisme en Boeddhisme coëxisteerden harmonieus in China: we kunnen ze samen zien op schilderijen, met Lao Tzu, Confucius en Boeddha die allemaal samen worden afgebeeld.
Sjamanistische geneeskunde
Dynastie Shang (1766-1122 v.Chr.)
Beginselen van de Bronstijd. Eerste echte beschaving. Ze hadden een schrift ontwikkeld en hadden een religie: hun godheid heette Shang Ti, die in de hemel woonde in een keizerlijk hof bevolkt door dode voorouders.
Voorouderverering was zeer belangrijk (en is dat eigenlijk nog steeds) in China. Er werden rituelen uitgevoerd met voorouderlijke bronzen objecten. De Shang hadden al hoogtechnologische bronsgieterij: brons gegoten met ongelovelijke atavistische dierenvormen. Dieren kregen grote eerbied voor hun kracht; dit is zichtbaar in de kunst.
De Shang geloofden dat ziekte het resultaat was van:
- Een voorouder kwaad maken en een vloek oplopen
- Een demonisch "kwaad" het lichaam binnendringt; Genezing vereiste het verzoeken van voorouders door geschikte rituelen of hun hulp vragen om de demon te verdrijven
Sjamanen waren bemiddelaars die met de voorouders spraken, die op hun beurt met Shang Ti spraken. Vragen werden gesteld door ze op "orakelbotten" te schrijven, meestal schouderbladen of schildpadschalen, die vervolgens werden verhit en de barsten werden "gelezen", met andere woorden, uitgelezen door een sjamaan om een antwoord te vinden. De vragen varieerden van "Zal het regenen?" tot "Zal de koning sterven?"
Een probleem met de geschiedenis is dat deze afhankelijk is van archeologische vondsten en geschriften; echter, wat over deze periode werd geschreven, werd gevonden op rituele bronsobjecten en schalen, de bezittingen van de rijken (brons was zeer duur).
Gedurende de vroege geschiedenis hebben we daarom het probleem dat we de geneeskunde van de gewone bevolking niet kennen, aangezien degenen die schreven, onderwezen en welvarend waren.
Zelfs in de 6e eeuw v.Chr. waren artsen nog steeds verbonden met sjamanisme. Demonologie en sjamanisme bleven bestaan tijdens de volgende dynastie (Chou: 1122-403).
Zelfs vandaag nog bestaan de "Zes Kwaal" of zes soorten "perverse energie" in de TCM-theorie, behalve dat ze nu omgevingsenergieën zijn, nl. wind, kou, vocht, hitte, zomerhitte en droogte.
In sommige gebieden van het Oosten overleefde sjamanistische geneeskunde bijna ongeschonden, bijv. delen van Vietnam en in het bijzonder Tibet.
Dynastie Chou (1122-403 v.Chr.)
Een hoogtepunt van de Chinese beschaving, maar tijdens de periode van het Oostelijke Chou (722-481) nam de gecentraliseerde controle af, begon de lokale adel onderling te vechten en degradeerde de sociale orde tot de Periode van de Strijdende Staten, een tijd van grote instabiliteit.
Echter, de onstabiele tijden produceerden grote denkers: (Confucius werd geboren in 551 v.Chr.). Verschillene filosofieën die teruggingen tot de oudheid werden onderzocht voor mogelijke oplossingen voor de huidige problemen. Dit was de tijd van de "Honderd Scholen", verwijzend naar de vele heersende filosofische stromen. Er werd in deze periode veel vastgelegd, waarbij verschillende filosofische ideeën werden opgenomen.
Het belangrijkste medische klassieke werk, de Huang Ti Nei Ching (Klassiek van de Binnenlandse Geneeskunde van de Gele Keizer), werd in deze tijd neergezet op basis van eerdere kennis. Dit is het belangrijkste van de medische klassiekers. (Kort daarna werd China weer verenigd onder de strenge en repressieve Chin-dynastie).
Hieronder volgt een beknopte beschouwing van twee grote filosofische invloeden die het denken (en de geneeskunde) tijdens deze cruciale periode beïnvloedden.
Confucius (K'ung Fu-tzu) (551-479)
Geboren aan het einde van de periode van het Oostelijke Chou en het begin van de Periode van de Strijdende Staten. We weten over hem uit de "Analecten", een reeks passages geschreven door zijn leerlingen.
Beknopte biografie
Hij wilde adviseur worden van een monarch. Hij reisde rond op zoek naar een monarch, maar niemand wilde zijn ideeën; hij was te moreel. Iedereen wilde pragmatische technieken voor gebruik in het winnen van de oorlogen. Hij werd daarom leraar. Pas 200 jaar na zijn dood werden zijn ideeën serieus genomen. Uiteindelijk werden zijn ideeën de imperiale geloofsleer. Confuciaanse klassiekers: deze omvatten de Li Ching (Boek of Rites) en de I Ching (een ouder tekst die hij ontwikkelde en waarvoor hij commentaren schreef).
Ideeën van Confucius
Sociale onrust was te wijten aan het verval van respect. Respect voor de hiërarchie (familiaal en imperiaal). Hij geloofde dat men zich moest gedragen zoals men volgens zijn positie in het leven hoort te handelen, en niet ambitieus te zijn. Hij beoogde een harmonieuze samenleving die bijeen werd gehouden door een strakke hiërarchische systeem van precies gedefinieerde sociale rollen en wederzijdse verplichtingen.
De heerser zou een wijze moeten zijn, die voorbeeld gaf: wetten zouden dan onnodig zijn. Mensen moesten gebonden worden door respect voor rituelen (li) en gebruiken.
Hij benadrukte eer, het belang van het zijn van een edelman-geleerde (Jun Zi), leren, (vooral uit de geschiedenis). Hij benadrukte ook "ren", met andere woorden, mededogen en menselijk handelen.
Hij benadrukte filiaal eerbied en de Vijf Relaties (een systeem van sociale moraal die de sociale orde zou vestigen). Bijvoorbeeld: heerser-onderdaan, vader-zoon, man-vrouw, oudere broer-jongere broer, vriend-vriend.
Tot slot benadrukte hij matiging. Zijn leerlingen stelden: "Confucius ging niet tot uitersten."
Hoe het Confuciaanse ideologie de Chinese geneeskunde beïnvloedde
- Afsnit geschreven door Hsun-Tzu, een beroele discipel van Confucius:
"De ware heerser begint zijn staat in orde te brengen terwijl er nog orde heerst; hij wacht niet tot opstanden al zijn uitgebroken."
- Afsnit uit de Nei Ching (klassiek Chinees medisch werk)
"De wijzen behandelen niet hen die al ziek zijn, maar eerder hen die nog niet ziek zijn. Zij brengen hun staat niet alleen in orde wanneer een opstand gaande is, maar vóórdat een opstand plaatsvindt."
- Het Confuciaanse idee van matiging komt in de Nei Jing in verschillende passages voor. Met andere woorden, gezondheid zou worden behouden door matiging in de levensstijl.
- De Vijf Relaties hebben ook invloed gehad op de geneeskunde: Voorbeeld: onbalans tussen Man-Vrouw (waarbij de polsen aan één pols te sterk zijn en aan de andere pols te zwak): Bepaalde technieken worden ook Moeder-Zoon- en Vader-Zoon-techniek genoemd.
- De Zang Fu (organen) krijgen namen van "ambtenaren". Bijvoorbeeld, de Lever is de "commandant" van het leger. Het Hart is de Hoogste Heerser, de Maag is de ambtenaar die verantwoordelijk is voor de openbare graanschuren. De hofhouding (het lichaam) functioneert goed wanneer alle ambtenaren (organen) harmonieus met elkaar samenwerken. Van groot belang is de Hoogste Heerser of Keizer (Hart). Als de Keizer verstoord wordt, zal de hele hofhouding (alle andere organen) lijden. Dit weerspiegelt de Confuciaanse denkwijze: de Hoogste Heerser moet in perfecte balans blijven en door voorbeeld regeren. Tegenwoordig wordt door velen nog steeds aangenomen dat het Hart eerst behandeld moet worden als het aangetast is (bijv. bij emotionele verstoring is het Hart altijd aangetast).
Taoïsme
Taoïsme is geen religie, maar eerder een filosofie gebaseerd op het concept van Tao. Soms wordt gezegd dat het "de weg" betekent, of iets als onkenbaar, onvoorstelbaar, de bron van alle verschijnselen. Vóór Tao was er chaos, toen manifesteerde Tao plotseling zich als het universum (vergelijkbaar met de moderne "big bang"-theorie). Tao uit zich door de dualiteit van Yin-Yang. Tao is als de eeuwige oerwet van de natuur.
De bekendste oude taoïstische filosoof was Lao Tzu (Lao Tzu = "Oude Meester"). Hij schreef het Tao Te Ching: een mystiek taoïstisch werk, vol poëtische verwijzingen, raadsels, enz., om het bewustzijn te verbreden, liefde voor de natuur en eenvoud te bevorderen, en ter wereld gerichte ambitie af te wijzen. Het Tao Te Ching is een samengesteld tekst, waarschijnlijk daterend uit de 3e eeuw v.Chr. (dezelfde tijd dat het grote medische klassieke werk, de Nei Ching, officieel werd opgeschreven), maar Lao Tzu heeft traditionele data gekregen om hem iets ouder te maken dan Confucius (d.w.z. 6e eeuw v.Chr.). Het is onmogelijk om de exacte geboortedatum te weten.
De beste introductie in het taoïsme is om wat taoïstische literatuur te lezen. De manier waarop de oude taoïsten zouden onderwijzen, zou via observatie van de natuur zijn, in de hoop een direct begrip van de waarheid te verkrijgen. De meeste mystieke of naar binnen gerichte spirituele paden komen hiermee overeen.
In Hoofdstuk 1 van het Tao Te Ching schreef Lao Tzu:
De tao die kan worden verteld
is niet de eeuwige Tao
De naam die kan worden genoemd
is niet de eeuwige Naam.
Het onbenoembare is het eeuwig werkelijke.
Noemen is de oorsprong van alle bijzondere dingen.
Vrij van begeerte, besef je het mysterie.
Vastgelopen in begeerte, zie je alleen de manifestaties.
Toch ontstaan mysterie en manifestaties
uit dezelfde bron.
Deze bron wordt duisternis genoemd.
Duisternis in duisternis.
De poort naar alle begrip.
Het Taoïsme pleit voor "wu-wei", wat betekent niet-doen, of handelen zonder doel. Zonder plannen zijn, meegaan met de stroom. Het is geen verrassing dat het Taoïsme vooral een populaire filosofie was onder de adel!
Wie kennis zoekt, inspant zich dag na dag
Wie de Tao zoekt, verliest dag na dag
Verlies en nog meer verlies
Tot men Wu-Wei heeft bereikt
Doen niets en toch is er niets dat niet gedaan wordt.
Om de wereld te winnen moet men zich nergens mee bemoeien.
Wanneer men zich met dit en dat bemoeit,
zal hij de wereld niet winnen."
Een voorbeeld van werken met de Tao wordt gegeven in een traditioneel verhaal over Prins Wen Hui en zijn kok. Prins Wen-Hui bezocht op een dag zijn keuken toen hij toevallig stilstond om zijn kok te observeren die door gewrichten van vlees snijdt. Hij merkte op hoe behendig en soepel zijn kok werkte, waarbij het mes nauwelijks leek aan de bot te raken terwijl het sneed. Zijn kok legde uit dat hij gewoon ontspannen was en doelbewust het mes zijn werk liet doen. Op deze manier werd hij één met zijn mes, dat door de ruimtes tussen de gewrichten glijdde, zonder ooit de bot te raken. Hij legde uit dat hij hetzelfde mes al jarenlang had gebruikt en dat het nooit geslepen hoefde. De prins was verbijsterd door het verhaal van zijn kok en riep uit dat hij, hoewel een verklaarde Taoïst, iets fundamenteels over de filosofie had geleerd van zijn kok.
Taoïsten pleitten voor eenvoud, leven volgens de Tao, volgens de wetten van de natuur.
De Chinese medische klassiekers spreken met eerbied over wijzen uit oude tijden, die wisten hoe men moest leven volgens de Tao, en daarom zeer lang leefden. Terwijl tegenwoordig (3e eeuw v.Chr.) mensen het vermogen hadden verloren om in harmonie met de natuur te leven, zich niet aan de principes van matiging hielden, en daardoor ongezond waren. Men vraagt zich af wat ze zouden zeggen over de 20e eeuw!
Het Taoïsme splitste uiteindelijk in twee kampen: alchemisch Taoïsme, dat werd een zoektocht naar onsterfelijkheid via dieet, oefeningen, meditatie en magische kruiden, en populair Taoïsme, dat een kerk en een heel pantheon van goden ontwikkelde, en zich sterk bemoeide met populaire bijgeloof en demonologische lore, waardoor het geloofwaardigheid verloor bij de geëduceerde klasse. Eerdere Taoïstische klassiekers werden echter doorgelezen.
Het Taoïsme had een sterke invloed op de geneeskunde: het idee dat mensen deel uitmaken van de natuur en in harmonie met de natuur moeten blijven, was fundamenteel. "Zoals boven, zo beneden." Als voorbeeld hiervan werden richtlijnen vastgesteld in de Nei Ching over hoe men zich in verschillende seizoenen zou moeten gedragen. In de winter moet men vroeg naar bed gaan en laat opstaan, en zijn energie niet verspillen, want de winter is de tijd van conservering en opslag (een tijd waarin Yin het sterkst is). In de zomer moet men vroeg opstaan en laat naar bed gaan en "handelen alsof men alles buiten liefhad", want de zomer is de tijd van maximale Yang, en mensen hebben van nature meer energie om te besteden.
Laten we terugkeren naar de periode van de Strijdende Staten, een tijd van grote maatschappelijke onrust waarin onzekerheid over het persoonlijke en collectieve bestaan, toenemende chaos en amoraliteit leidden tot de zoektocht naar een duurzame filosofie die de zaken zou kunnen veranderen. De tijd van de "honderd scholen". De geneeskunde die zich tijdens deze periode van intense filosofische activiteit ontwikkelde, vormt het centrale deel van wat traditionele Chinese geneeskunde tegenwoordig is. Het wordt ook wel aangeduid als de geneeskunde van systematische correspondenties.
Geneeskunde van Systematische Correspondenties
De fundamentele principes van deze geneeskunde ontstonden uit uiteenlopende invloeden, waaronder taoïstische en confucianistische ideeën. De School van de Naturalisten was verantwoordelijk voor de systematische uitwerking van de concepten en theorieën van Yin-Yang, die een oud idee waren dat nu volledig werd ontwikkeld en vastgelegd.
Huang Ti Nei Ching Su Wen Ling Shu
Tijdens de tijd van de "Honderd Scholen" (3e eeuw v.Chr.) werd de beroemde klassieker van de TCM, de Huang Ti Nei Ching (Klassieke Binnengeneeskunde van de Gele Keizer), in zijn huidige vorm opgeschreven.
Het bestond al veel eerder in de ene of andere vorm, waarbij delen waarschijnlijk mondeling werden overgeleverd, en is dus een compilatie van veel ouder materiaal, met toegevoegde commentaren (het schrijven van commentaren is zeer populair bij de Chinezen). De "Nei Ching", zoals het wordt genoemd, is een mengeling van ideeën en filosofieën, sommige ouder (d.w.z. taoïstische filosofie) en sommige uit de tijd waarin het werd geschreven (3e eeuw v.Chr.), zoals Yin-Yang, de Vijf Elementen en de theorieën over de Zang Fu (organen). Het is ook waarschijnlijk dat er door latere dynastieën meer aan deze klassieker is toegevoegd.
Het boek beschrijft de gesprekken tussen de Gele Keizer (Huang Ti) en zijn arts (Chi Po), het is dus een historisch (eigenlijk legendarisch) verslag.
Huang Ti zou hebben geleefd van 2697-2595 v.Chr., d.w.z. voordat er schrift bestond. Hij werd afgebeeld als een echte Renaissance-mens. Hij ontwierp een wagen op basis van de Grote Beer, ontwierp een reeks muzieknoten en instrumenten om ze te bespelen, maar zijn grote liefde was geneeskunde, wat blijkt uit de gesprekken die hij met zijn arts voert, waarin hij over alles denkbare vraagt.
Er zijn 2 delen van de Nei Jing:
- Su Wen (Essentiële Vragen):
Dit vormt de kern van het boek; het behandelt het hele domein van medische kennis en omvat aspecten van alle eerder genoemde filosofische concepten. - Ling Shu (Geestelijke As):
Dit vormt voornamelijk een aanvulling op de Su Wen. Het belicht het concept van Tao en de kosmologische patronen van het universum, en schetst met levendige beelden het karakter van de twee oorspronkelijke krachten, Yin en Yang, en hoe zij in de natuur en in mensen met elkaar interageren. Vervolgens volgt een beschrijving van de organen van het lichaam (als "ambtenaren" - wat Confuciaanse invloeden toont), en hun functies en pathologieën. De techniek van polslezen voor diagnostiek en de verschillende types polsen worden uitvoerig besproken.
Het boek beschrijft hoe in harmonie met de natuur te leven, en de gevolgen daarvan als dit niet gebeurt (ongevenwicht en disharmonie). Therapiën zijn gebaseerd op het herstellen van harmonie en evenwicht in het lichaam.
Chirurgie wordt genoemd, maar alleen als laatste redmiddel, bijvoorbeeld om tumoren te verwijderen.
Acupunctuur wordt voornamelijk in de Ling Shu genoemd. Er werden commentaren toegevoegd, zowel in de 3e eeuw v.Chr. als in latere dynastieën.
Eén commentaar dat in dezelfde periode werd gepubliceerd, was de NAN JING (Moeilijke Klassieker). Dit vulde de Nei Jing aan en beantwoordde enkele moeilijke vragen. Punten voor acupunctuur en moxibustie worden besproken, evenals fysiologische en pathologische aandoeningen van de Acht Extra Vaten. In de Tang-dynastie werden vele commentaren toegevoegd. Deze zijn belangrijk en maken het werk makkelijker leesbaar; het essentiële deel bleef onaangetast.